De statushouders liggen met maximaal vijf personen op een kamer.
De statushouders liggen met maximaal vijf personen op een kamer. Foto: © Bob Awick

Kijkje achter de voordeur bij AZC in voormalig Tergooi: ‘De slaapkamers zijn goed, maar de keukens en badkamers zijn altijd vies’

Mensen

BLARICUM - De gangen in het voormalige Tergooi ziekenhuis in Blaricum, waar ooit patiënten naar behandelingen werden gebracht, zijn nu gevuld met mensen die aan een nieuw leven beginnen in Nederland: statushouders.

Het oude ziekenhuis, nu een asielzoekerscentrum (AZC), herbergt ongeveer 250 statushouders; mensen die een verblijfsvergunning hebben gekregen en wachten op hun uiteindelijke huisvesting in de regio ‘t Gooi en de Vechtstreek. Ondanks dat de voormalige functie van het gebouw nog duidelijk zichtbaar is, proberen de bewoners er hun weg te vinden.

ADVERTENTIE

Bij binnenkomst in het AZC valt meteen de typische ziekenhuisstructuur op. In de hal bevindt zich een receptie, waarna men met de trap of lift naar de verschillende etages van het gebouw kan. Lange, smalle gangen met dichte deuren aan beide zijden, soms nog voorzien van oude bordjes zoals ‘Echokamer’ of ‘Gynaecologie’. De geur van desinfecterende middelen is verdwenen, maar de klinische sfeer blijft voelbaar. Astrid de Vries, werkzaam bij het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) en locatiemanager, legt uit dat dit doolhof van gangen en kamers is omgebouwd tot een woonplek voor de statushouders die hier verblijven. “De statushouders worden al gekoppeld aan gemeenten voordat ze hier komen wonen. De meesten zijn gekoppeld aan de gemeenten in ‘t Gooi en de Vechtstreek, daarnaast wonen hier ook statushouders die aan de omringende gemeenten gekoppeld zijn. Zij wachten allemaal op de toewijzing van een woning en zijn ondertussen bezig met het inburgeren in onze maatschappij”, legt De Vries uit.

Weerstand

De eerste vluchtelingen arriveerden afgelopen april, tot grote weerstand van sommige inwoners van Blaricum. Zij waren bang dat de sociale veiligheid zou worden verstoord en dat het een hoop onrust zou gaan brengen in de buurt vanwege toename van het geluid. De Vries weerlegt de angsten van de buurtbewoners. “Het is hier rustig”, vertelt ze, terwijl ze de verschillende vleugels van het gebouw laat zien. “De meeste bewoners zijn al een tijdje in Nederland omdat ze hiervoor in een andere AZC zaten en hebben hun eigen routines opgebouwd. Ze hebben een status en zijn bezig hun leven weer op te bouwen. Het is voor hun toekomst in Nederland ook niet bevorderlijk om nu in aanraking te komen met politie en justitie.” Ze vervolgt: “We hebben een klankbordgroep opgezet waarin we maandelijks met omwonenden en de gemeente praten. Dat heeft geholpen om wederzijds begrip te creëren.”

De statushouders die hier verblijven variëren van alleenstaande mannen tot gezinnen en vrouwen, die over verschillende vleugels verdeeld zijn. De Vries legt uit dat ongeveer 80 procent van de bewoners alleenstaande mannen zijn. “We hebben één vleugel voor gezinnen en één voor vrouwen.” Omdat het voormalige ziekenhuis een groot doolhof is, hebben de deuren van de verschillende afdelingen een kleur gekregen als herkenningspunt.

Er zijn ook keukens en badkamers gebouwd die worden gedeeld door de bewoners. Het delen van deze faciliteiten blijkt echter niet altijd probleemloos, zo vertelt de 41-jarige Atta uit Pakistan. Hij woont inmiddels al bijna twee jaar in Nederland en is afgelopen april vanuit een AZC in Almere overgeplaatst naar Blaricum. In het Nederlands - met enkele Engelse woorden tussendoor - deelt hij zijn ervaring: “De slaapkamers zijn goed, maar de keukens en badkamers zijn altijd vies. Iedereen gebruikt ze, maar niemand houdt ze schoon. Het ruikt ook overal naar sigaretten, en er is weinig controle. Ik rook zelf niet, dus dat vind ik erg vervelend.” De Vries licht toe: “Er wordt wel gecontroleerd op de schoonmaak en in sommige gevallen worden er ook maatregelen opgelegd als de gemeenschappelijke ruimtes niet goed schoon worden gemaakt. We faciliteren de schoonmaakspullen, maar de bewoners moeten hun eigen keuken en sanitair schoonhouden.”

Uit de krant